Patatje sprinkhaan
Insecten eten is niet alleen spannend, gezond of lekker, maar bijna onvermijdelijk. De manier waarop we momenteel vlees en ander voedsel produceren, is het grootste obstakel voor een duurzame samenleving. Insecten als eten is in Nederland nog geen alledaagse kost. Een psychische drempel lijkt westerlingen te weerhouden een hap te nemen van gebarbecuede palmkeverlarven, sprinkhanensalade of gefrituurde libellenlarven; eiwitrijke lekkernijen waar tachtig procent van de mensheid van smult. Insecten eten is nuttig, vindt bijvoorbeeld de vooraanstaande econoom Herman Wijffels: “Het is nog niet helemaal tot ons doorgedrongen, maar voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid zitten we in de situatie dat we onze natuurlijke hulpbronnen aan het uitputten zijn.” Wijffels is één van de gezaghebbende opinieleiders die voor Het Insectenkookboek geïnterviewd zijn. Zijn pleidooi ondersteunt de noodzaak om een alternatief te vinden voor de behoefte aan hoogwaardige bronnen van eiwit voor een wereldbevolking die groeit naar negen miljard mensen in 2050 en met een stijgende welvaart. Daardoor neemt de vraag naar dierlijke eiwitten met 73 procent toe met bijbehorende belasting voor het milieu.
Momenteel vergt de productie van vlees 70 procent van het mondiale landbouwareaal. De kweek van insecten (meer dan 1800 insectensoorten worden gegeten) neemt slechts een fractie van dat oppervlak in. De voedingswaarde van insectenvlees is vergelijkbaar met die van gewoon vlees, terwijl voor de productie van één kilo eetbaar product de koudbloedige insecten veel minder voer nodig hebben dan warmbloedig vee: vier maal minder dan voor een varken en 12 maal minder dan voor een rund. Ten slotte is de uitstoot van broeikasgassen wel honderd keer lager dan bij een varken of rund. Insecten vormen dus een duurzame en economisch interessante oplossing voor het wereldvoedselvraagstuk.
Bron: www.wur.nl
< terug

